ALGEMEEN |
|
Februari 1544 werd hij beschuldigd van ketterij (“Lutterije”, naar de kerkhervormer Maarten Luther) en werd hij gearresteerd door de Inquisitie. |
ALGEMEEN |
|
Hij verbleef een aantal maanden in de gevangenis van het kasteel van Rupelmonde tot hij, wellicht bij gebrek aan bewijzen en onder druk van zijn academische contacten, werd vrijgelaten in oktober 1544. |
ALGEMEEN |
|
In 1552, op 42-jarige leeftijd, verhuisde Mercator met zijn gezin naar Duisburg in het Rijnland, een plek die toentertijd politieke stabiliteit en godsdienstvrijheid bood. |
BEROEP |
|
Daar voltooide hij in oktober 1554 zijn grote kaart van Europa “Europae descriptio” (159 op 132 cm in 15 bladen). |
BEROEP |
|
In 1554 ontmoette hij ook de Antwerpse aardrijkskundige Abraham Ortelius (1527 – 1598) op de boekenbeurs van Frankfurt. |
BEROEP |
|
Ortelius hielp Mercator bij het verluchten en bijkleuren van z’n kaarten en speelde heel wat gegevens door over Indië en de Nieuwe Wereld, dankzij de schepen die Antwerpen binnenliepen. |
BEROEP |
contact met Christoffel Plantijn (1555) |
Hij bracht Mercator ook in contact met Christoffel Plantijn die in 1555 een drukkersbedrijf had opgestart te Antwerpen en die later grote hoeveelheden van de Mercatorkaarten zou verhandelen. |
BEROEP |
|
Op 5 mei 1590 kreeg Mercator een beroerte, waardoor zijn linkerzijde verlamd raakte. Dit zou zijn dromen en projecten langzaamaan en tot zijn grote frustratie dwarsbomen. |
BEROEP |
|
Mercator droeg samen met andere cartografen zoals Abraham Ortelius (1527 – 1598) en Gerard de Jode (1509 – 1599) bij tot de bloei van de atlascartografie in de Zuidelijke Spaanse Nederlanden. |
BEROEP |
|
Ten gevolge van de godsdienstoorlogen en de economische bloei van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën verschoof het cartografisch zwaartepunt van de Zuidelijke Nederlanden naar het noorden. |
BEROEP |
|
Toonbeeld ervan was Jodocus Hondius of Josse de Hondt (1563-1612), die de gravures van Mercators erfgenamen wist over te kopen en zich samen met Mercator portretteerde op de zogenaamde Mercator-Hondiusatlas die hij in 1606 uitgaf te Amsterdam. |
BEROEP |
|
Ook talrijke andere uitgevers-cartografen zoals de familie Visscher en in het bijzonder Willem Janszoon Blaeu (1571-1638) en zonen, die op hun beurt een deel van de koperplaten van Mercator-Hondius-atlas hadden opgekocht, |
BEROEP |
|
brachten de Nederlandse cartografie verder tot bloei. |
BEROEP |
|
In de eerste helft van de zeventiende eeuw ontstond er veel rivaliteit tussen de verschillende uitgevers. |
BEROEP |
|
Dit werd er niet beter op toen Willem Blaeu in 1629 de 34 koperplaten uit de nalatenschap van Jodocus II in zijn bezit kreeg en na enige bewerking ging gebruiken voor zijn eigen atlassen. |